In het maanlicht van jouw stormen
In de hitte van jouw hart
Ben ik een verhaal begonnen
Dat alle verbeelding tart
In de fonkelende spelonken
Van jouw kostbare ogenpaar
Heb ik een stof ontgonnen
Zeldzaam licht
En betoverend waar
Een groot glas water, vroeg je
Ik bracht het tot aan je lippen
Dacht aan wat ik geschreven had
En wat er nog ontbrak
Een kristal vind ik je, een kleine gladde parel
Zorgzaam en teder, beminnelijk en zacht
Een tiental vingers gespreid in de lucht
Een ademtocht, een zomerzucht
En een fort van dekens tegen de nacht
Een groot glas water - je hebt de helft al op
De onuitdrukbaarheid in donsdekentjes gewikkeld
De woordenaar verrast, de minnaar heeft last:
Ze heeft zijn hele vocabularium zomaar opgesmikkeld
0 reacties:
Een reactie plaatsen