maandag 7 maart 2011

De kleine dingen

Maar toch, vergeet het grote niet
Vergeet het sublieme, het ontblote niet
Zongebleekt ivoor, raadselachtig ravijn
Vuurzeeën van maanlichtsgeurazijn

Vergeet niet de uiteengescheurde nevels

De knappende kabels, de verschroeiende knevels
De ontbonden demonen en hun sissend bloed
In repen gescheurd leer, moedertraan en heldenmoed

Ik spat uiteen op het asfalt
Ik druip, glijd naar beneden, hij kantelt en hij valt
De vervaagde tronies van Egyptische raadsheren
De geplaagde hegemonie, monopolie van arctische beren

Mijn hoofd is een synaps, een zuignap voor het Al
Een osmotische kers, een regenstorm te veel
Een bliksemschicht te weinig, een hamer en een houweel
Een spits, een sokkel, een behoeder voor de Val

De touwbruggen over schuimende rivieren
De schaduwen van strijdrossen en de spanwijdte van gieren
De dieptes, de hoogtes, de duisternissen van de nacht
De ijspegels, de suiker, de avondlijke sterrenpracht

Overspoel me met subliem
Het houtskool, de marmeren dierenriem
De gespannen spieren, de gehelmde helden
De glorie, verrijking, de kreun van gekwelden

Ja, het zijn de kleine dingen
Die je tot nederigheid dwingen
Maar ik, ik sta op een golventop, een pijlpunt van vuur
En nederig buig ik het hoofd, staande voor een werelds hoge muur

0 reacties:

Een reactie plaatsen