zondag 30 januari 2011
Het weeskind van Israël
Onder vloekende bergtoppen, mijmerend in de wind
Gezandstraald door harige klauwen
Sleept het weeskind van Israël zijn darmen door het gras
De ribben als orgelpijpen
Zingen schaamte als hun lied
En geslachte vrouwen bloeden in het droge land
De ogen dof en afgekeerd
Van het pijnlijk witte licht
Trekhaken diep in het maagdelijke vlees
Onder het brandende oog van de Heer
Smeekt het weeskind om genade
Om niet te hoeven sterven, keer op keer
Als uitgedroogd rubber op de autostrade
Om nog één keer het sap te proeven
Van de perzikboom in de tuin
En zijn moeders naam te mogen spreken
Bij de grafsteen in de tuin
Onder het kille schijnsel van de arbeid
Daalt de schuld neer op het kind
Veroordeeld door een perkamenten rechter, zijn inkt doodt de tijd
Veroordeeld tot de dood voor het leven begint
Tussen schele zwijnenkoppen, steigerend in de wind
Terechtgewezen door gesluierde vrouwen
Sleept het weeskind van Israël zijn darmen door het gras
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)

0 reacties:
Een reactie plaatsen