vrijdag 27 april 2012

Upon turning 22

22 now, more or less
My girlfriend has new glasses
A twin flame greets me
As I faintly fall asleep

I meet friends, gather memories
Instead of admiring someone else's
Accept not all lives are perfect
But life is perfect all the same

Singled out deepest traumas
Hidden notebooks, posters on my wall
Accepted flaws, my graceful stumbling
My little story of sensitive pride

I'm 22 now, world, hear me roar
Friends and brothers, London and Berlin
Romantic record not what could have been
But vastly surpassed by the conqueror of my soul

Words on myself I could speak for hours
Novels on others I could write for days
What matters most, is waking up and smiling
For every day worth it, makes a life complete

woensdag 11 april 2012

Dirk en de zittende

Een koud, gifgroen bankje in een stadspark. Op het bankje zit een oude man in een jas die te breed over zijn schouders valt. Zijn handen zijn de memoires van een lang leven en rusten op een dunne wandelstok. Veranderingen, steeds maar veranderingen. Hij bezoekt dit bankje graag en kijkt naar de hemel, leert aan de kleur van de lucht te zien wat voor weer het zal worden of wat voor weer het geweest is. Van zwanger donkerblauw tot flets lichtgrijs, voorzien van zacht roze tinten of onstuimig paars, de veteraan heeft alles gezien, alles zien voorbijglijden en zich vastgeketend gevoeld aan zijn voeten – een mossige rots in een stadse branding.
Op het pad dat mensen van hun bed naar hun graf leidt, wandelt een tweede figuur, die zijn grijze haren verbergt onder een bruine pet, zijn blik indringend op zijn voeten gericht, en probeert te wandelen met een forse tred. Hij ademt diep in en probeert zich de wereld eigen te maken. Wanneer zijn ogen vallen op de zittende, vertraagt hij tot hij volledig tot stilstand komt. De man op de bank kijkt niet op, maar de wandelaar glimlacht breed, zijn handen in zijn zijen.
“Ken je mij niet meer?” vraagt hij. De eerste man kijkt op, beschermt met de rug van zijn hand zijn ogen van de tranerige zon, maar zegt niets.
“Dirk, van de universiteit!” Pauze. “Dirk Goets…ken je mij niet meer?” Zijn woorden komen muzikaal tot leven en blijven in het ijle een kort leven lijden, ongedeerd door het gebrek van antwoord. “Zaten samen in de klas, bij professor, dat waren tijden, nee, nee, ik weet het nog allemaal, alsof het gisteren was.”
De man op de bank zwijgt maar zijn blik is zacht, bemoedigend. Dit nodigt Dirk Goets uit om verder te vertellen, enkele meters van zijn oude kennis, breed gebarend. “We hadden wilde ideeën, dat je het niet meer weet, de wereld aan onze voeten, Parijs, Caïro, Carthago, Troje, weet je het niet meer!” Hij zuigt op zijn tandvlees en kijkt omhoog, alsof de smaak van zijn herinneringen zoet is maar vervliegt voor hij ze daadwerkelijk vast kan grijpen. “We studeerden op de trap van de bibliotheek, toen Gilda nog rode haren had, we zaten haar beiden na, Joyce op onze schoot, Eliot in onze kruinen, ze had een bladzijde uit Ulysses verknipt en droeg die als een kroon, en wij veinsden schok, hartslagen diep in het ravijn, en mijn vingers smaakten naar inkt, we praatten boven een bord pasta, over de oude meesters, jij schreef de langste gedichten, ik heb dat nooit kunnen bolwerken, ik was nooit de maker, maar de bewonderaar, ieder zijn eigen talent, maar wat we wel deelden was ons boekenrek, meters woorden, meters mannen en vrouwen die het hadden aangedurfd hun woorden de toekomst in te werpen, opengesteld voor honderden ogen, colleges, of geliefden die hun kinderen verwekten op het perkament van hun boeken, maar zij waren het die het draaien van de wind konden vatten, of was het het draaien van het fietswiel, of het knarsen van het tandwiel, wij konden enkel maar lezen en onze woorden toetsen, onze lippen laten proeven en zien of hun woorden nog konden worden uitgesproken of het te laat was, en hoe, en waarom!” De zittende man lijkt te luisteren, zijn gezicht zacht, kalm, en de hemel is gunstig, de zon breekt door.
“Dat neem je mee, zo’n dingen, je denkt dat je moet groeien maar het hoeft niet, je denkt dat naïef zijn een zonde is en schaamt je, maar goedheid is een zegen, die koester je maar beter, mensen pijnigen zichzelf of anderen, het is in feite allemaal zo simpel, de grootste blijdschap is te halen uit anderen, daar ligt de ware schoonheid, in geluk schenken, en dat deed Gilda met haar dans, en jij met je poëzie, en onze vrienden waren allen prachtig, we leerden en leefden en verkenden de velden en rotsen van verre landen, toen we afstudeerden vreesde ik dat het ineen zou storten, dat verbittering onvermijdelijk was, maar hoe is dat met jou gegaan, ik ben niet verschrompeld, ik besloot te houden van mezelf, die eeuwige zelfoverschatting die ieder mens verdient, en we hebben de vrijheid om vrij te zijn als we het maar willen, hoe is jou dat gelukt, mij alleraardigst, ik had veel respect voor wat je kon, jou hier aantreffen is mooi, ik weet nog zoveel over je, ik weet nog zoveel over Gilda, maar de jaren vervliegen, zomers worden kouder, vlinders raken ook vermoeid en uiteindelijk zal de avond vallen en dan zorg je maar beter dat je een deken hebt, leef zoveel je kan, dat heb jij hopelijk gedaan, ik zie het aan je, het was mooi je weer te zien.”
Hij blijft op een afstand staan, richt zijn hand op en groet zijn kennis, die blijft zitten en zacht knikt. Daarna begint Dirk Goets weer aan zijn tocht over het pad, glijdt de zon verder aan de hemel en blijft de man zitten op het koude bankje, zijn blik naar boven, waar hij alles van weet. Over zo’n half uur zal Dirk Goets via het cirkelvormige pad weer langs het koude, gifgroene bankje wandelen. Wie hij daar dan zal aantreffen, weet hij niet, maar het maakt hen beiden niet uit. Het is altijd mooi om iemand te zien.

zaterdag 17 maart 2012

In our small way

As he wondered on the crisscrossedness of the suburban sky
And his life being run by artificial lights
The writer was stirring
His mind ill at ease

The sun rays bounce off his music collection
Chasing feathers through his room
He reaches for his words
And lightly prays for inspiration

A purple evening visits the horizon
And all around, the songbirds sleep
Themes of compassion, forever living
In the chirping treetops of his skull

'Hollywoodian', he whispered
On a rare visit to the grass
'But not per se', the oracle
Sagely seemed to reply

Abandon art for animals
Keep the arctic base for later
Write of freedom, beauty and salvation
In a post-ironic age

donderdag 8 maart 2012

Hermes

Mijn vriend slaapt werelden ver van mij, in een rijk van kruiden in de wind en zuivere modder in de voegen van zijn laarzen. Het vlees bloedt bij elke hap en het fruit rilt orgasmisch bij de minste beroering. Zijn hoofdkussen is een warme rots die klopt in het donker, die ronkt en spint, en over zijn lichaam ligt een kleed met scheuren die worden dichtgetrokken door de kaken van een welwillende zwerm mestkevers. In het spierwitte maanlicht glimmen hun schilden als duizenden pikzwarte diamanten. Als hij tijdens het slapen even mocht ontwaken, sust de ebbenhouten sjamaan hem met een kus op het voorhoofd en een ritmische lettergreep om de hals.
Hij heeft tal van incarnaties en meer passies dan Christus. Als je in de dorpelijke avond door de smalle steegjes fietste, viel je ijdele straal licht op zijn rolluiken of zijn voetsporen en wist je dat hij daar had geprobeerd te leven. Hij groeide dan wel geen baard maar wel een ziel, een rondritselaar, een medicijnman op zoek naar een goeroe. Ik heb meer herinneringen die ik met hem deel dan ik me herinner. Hij heeft me vaak het hoofd doen stoten tegen werkelijkheden. Of heeft me net doorgelaten waar ik anders me zou bezeren. Maar nu zijn zijn ramen gesloten en heeft het urbane geschuifel zijn afdrukken doen vervagen. Oceanen van verstand scheiden ons nu.
Ik ken mensen waar ik ongelukkig van word. Die ik omhels en bezing of de dood toewens en met denkbeeldige vuisten een pak slaag geef. Zij lijken enkel zichzelf te kunnen redden. Ik ken mensen die als grote oerreptielen om me heen drijven, wiens oog louter toevallig eens in deze richting kijkt. En ik ken mensen waar ik het geluk bij vind. De schitteraars, de blinkenden, met een pure ziel en een hart dat klopt voor het onvolmaakte. Ik struikel geregeld over de dingen des levens. De snelheid van mijn eigen wereld overtreft mijn bewustzijn. Ik raak overrompeld door tactieken, strategieën en verrassingen. Ik ben passagier van een wrak of een kosmische raket. En ik ken mensen die als een Japanse lente uitademen – als een zijden laken.
Mijn vriend, bloos niet. Ik kan niet anders. Op zolders en in kelders werd ik vergast op geuren en smaken. Grondige overschattingen van kortstondige momenten, maar ik proef van het moment en hou het als zoethout in mijn achterzak tot het weer is opgedroogd. Een chaosmens, fragmentarisch en zo minzaam. En over klotsende golven, kurkdroge landen, smeltende bergtoppen, rust een draak die te vaak in zijn eigen vleugels bijt. Mijn pen is een wirwar, mijn tekst is een reeks krassen in een gebarsten leisteen. Mijn vriend is een veer in de wind. Een thuiskomst tegemoet.


dinsdag 7 februari 2012

Jelle schrijft een verslag van de schoolreis naar Londen

In het derde middelbaar trok Jelle Van de Vijver met zijn school naar Londen. We bleven er vier dagen, en leerlingen werden door gezinnen opgevangen. De reis zelf was geweldig, maar wat me vooral zal bijblijven is de smaak en de textuur van de limonade die we driemaal per dag voorgeschoteld kregen. Het verslag nadien, dat in een summiere stijl geschreven moest worden, spreekt tal van boekdelen, al zijn er vele verhalen waar het al dan niet subtiel geen woord over rept. Ik citeer met originele interpunctie en spelling.

Wednesday Morning, 9th March:
I woke up and quickly dressed and had breakfast. I was quite nervous. My dad brought me with the car to the coach on the Molenlei. We got in the coach but apparantly we had taken the wrong one. Eventually we left. On the road to Calais I was drowsy so I didn't really do much.
Afternoon
At 8.30 we arrived in Calais. I got off the coach and explored the ferry. One hour and 15 minutes later the coach took us out of the ferry and into Kent. Sightseeing in London, shopping and playing Playstation games in Leicester Square and Covent Garden. Walk to Tate Modern over the Thames, visit of the museum.
Evening
Taking the coach to Eltham. First encounter with host family. Walk to host family's house. The house was fairly small but cosy, in a way. First encounter with English food. Pizza, French Fries and pasta. Hostess ate in front of the telly. The lemonade tasted bad. I gave my chocolates together with Jens, Sander and Ewout. Robin forgot his. Watching the television and sleeping.

Thursday morning, 10th March:
We woke up and dressed. The family's dog was constantly walking around all night. He was quite wild. English breakfast isn't what it used to be. Flakes, lemonade and toast with butter and marmalade. Leaving the house and going to the coach. A 5-minute walk. Arrival at the coaches and sharing impressions with other people. It seemed we weren't alone.
Afternoon
We went to Madame Tussaud's with the coach. Madame Tussaud's was too crowdy to really enjoy it fully. It was fun though. Lunch at Madame Tussaud's and the Tube to St. Paul's. We climbed up, lost the rest, but quickly got a cab. Amusing cab ride. Exhausting climb in the Monument.
Evening
Then we went to the Tower of London. A fun activity. I saw the Crown Jewels. Going to the coaches and going home. Again, weird food. Fish sticks with pasta and fries, of course accompanied by lemonade. Watching "Jackass: The Movie" in Robin, Jens and Ewout's room. Interviewing host family. Sleeping. We deserved it.

Friday morning, 11th March:
Waking up was hard. The thought of more lemonade was unbearable. And yes; there it was. Lemonade, flakes and toast with butter and marmalade. Sharing tales about the dog blocking the toilet door was fun, but it was not fun to experience when he jumped onto me. At the coach, some people told tales about limousines and good food. I especially liked thinking of the latter.
Afternoon
Bustrip. Traffic jam. We walked next to the Queen's Garden and saw Buckingham Palace. We walked through London seeing important things like the Horseguards and Westminster Abbey. We saw Downing Street and Trafalgar Square. Then the double-decker picked us up. British Musuem deserved far more time I think. I got lost and waited outside for the rest.
Evening
After our "tasty" lunch, we went shopping. I ate some artisanal burger and played games. Sander bought a football. Taking the coach back to good old Eltham. Talking with people on the way home who stayed near us. We nearly forgot to empty our bottles on the lawn before we entered the house. Dinner was again, a special experience. Watching James Bond in one of his movies of which I forgot to sleep and going to sleep were our last activities.

Saturday morning, 12th March:
Waking up and knowing it was the last day was not fun. Then we heard that breakfast was ready. We expected the usual. And there it was again. Lemonade, flakes and toast with butter and marmalade. Nina and the enthusiastic dog, Barney, took us to the coach. Sander nearly forgot something and the dog nearly peed on his backpack. The coach brought us to Portobello Road, after we had been thoroughly saying "goodbye" to Nina and Barney. 
Afternoon
Portobello Road was crowded with tourists. We drank in a café but I wasn't thirsty. Then we went to the Cutty Shark. I finally got hold of a newspaper, but I've lost it again back home. I had a milkshake and finally dared to eat the crisps we had been given. (Chicken taste!) I stood on the Greenwich Meridian and was happy to stand on "time and space's epicentre".
Evening
The coaches took us to Dover. After seeing "Titanic" the previous days, we watched "Waterworld". Although our choice of movies wasn't a good sign, the ferry worked fine. I bought a salad. From Calais to Mortsel. I saw the movie and then, when it stopped, was a bit bored. After a noisy, dark trip, I took dad's car home, where I enjoyed some real lemonade and slept well.


--------

P.S. Waar Jelle het niet over heeft is onder andere het vernietigen van de slaapkamerlamp van de gastvrouw, het naar beneden werpen van ons lunchpakket op de top van The Monument, de ware hysterie toen ik en Sander onze schoolgroep kwijtraakten in St. Paul's Cathedral en nog vele andere verhalen.    

maandag 30 januari 2012

Cloud of smoke

Planet traveller
Across the globe

Cloud of smoke
Blocking the sun

Too much dropped
Too much taken

Double entendres
Murky meanings

Remind me again
Of the Cross and the Christ

Why exactly was one spared
And the other crucified?

zaterdag 21 januari 2012

De eerste grote knuffelschool

Op de tram en op de Meir
(Dat halfvoltooide festivalterrein)
Open ik de eerste grote knuffelschool

Voor al die blozende dochters
Hun moeders armen rond de hals

Voor al die grijnzende geliefden
Dansend in de sneeuw

Voor al die donkere gedichten
Verlicht uzelf, teksten van as

Soms hoeft het niet allemaal perfect te zijn
Soms volstaat een simpel woord

Op mijn kamer en op deze planeet
(Deze beeldschone, bruisende bol)
Open ik de allereerste grote knuffelschool

Klaar om te dansen?